Wat is het doel van ISSO KennisKaart 204? #
De kenniskaart beschrijft een berekeningsmethode waarmee een ontwerper de passende grootte van een thuisaccu bij een woning kan bepalen.
In welke situatie worden thuisaccu’s volgens de kenniskaart meestal toegepast? #
Meestal in combinatie met zonnepanelen, zodat overdag opgewekte zonne-energie kan worden bewaard voor later gebruik.
Uit hoeveel hoofdstappen bestaat de berekeningsmethode? #
Uit vier hoofdstappen: energiebehoefte bepalen, zonne-opwekking bepalen, opwekking met gebruik vergelijken en per maand het overschot en tekort bepalen.
Wat moet als eerste inzichtelijk worden gemaakt? #
De dagelijkse elektrische energiebehoefte, uitgesplitst naar de verschillende perioden van het jaar.
Wat wordt na de energiebehoefte berekend? #
De dagelijkse opbrengst van de zonnepanelen, eveneens in relatie tot de periode van het jaar.
Waarom worden opwekking en gebruik per maand gemiddeld per dag weergegeven? #
Omdat zowel het elektriciteitsgebruik als de zonne-opwekking gedurende het jaar veranderen. Met maandgemiddelden worden seizoensverschillen zichtbaar.
Waarop wordt uiteindelijk de grootte van de thuisaccu gebaseerd? #
Op de dagelijkse energieoverschotten en energietekorten die voor iedere maand worden berekend.
Welke informatie moet voor de energiebehoefte worden geïnventariseerd? #
Het elektriciteitsgebruik van de woning en de kenmerken die dat gebruik bepalen, volgens de inventarisatiemethode voor het ontwerpen van een elektrische energieopslaginstallatie.
Waarom moet het energiegebruik over een volledig jaar worden bekeken? #
Omdat de gemiddelde dagelijkse energiebehoefte niet iedere maand gelijk is.
In welke eenheid wordt het gemiddelde dagelijkse energiegebruik per maand weergegeven? #
In kilowattuur per dag, oftewel kWh/dag.
Kan alleen het totale jaarverbruik worden gebruikt om de accugrootte te bepalen? #
Nee. De methode gebruikt ook het dagelijkse en maandelijkse verloop, omdat het moment van gebruik bepaalt welk deel met opgeslagen zonne-energie kan worden afgedekt.
Welke externe bron gebruikt ISSO voor het voorbeeld van het energiegebruik? #
Gegevens van Nibud, bewerkt door ISSO.
Welke basisgegevens zijn nodig om de verwachte jaaropbrengst van zonnepanelen te bepalen? #
Het aantal zonnepanelen, hun verwachte opbrengst en de ligging of oriëntatie ten opzichte van de zon.
Welke aanvullende factor beïnvloedt de zonne-opwekking naast aantal en oriëntatie? #
De periode van het jaar.
Welke gemiddelde jaaropbrengst noemt de kenniskaart voor één optimaal geplaatst zonnepaneel? #
Gemiddeld 230 kWh per jaar per paneel.
Is 230 kWh per paneel een universele vaste opbrengst? #
Nee. Het is een gemiddelde bij optimale positionering. De werkelijke opbrengst hangt onder meer af van oriëntatie en seizoen.
Met hoeveel zonnepanelen rekent het voorbeeld in de kenniskaart? #
Met zestien zonnepanelen.
Hoeveel zonne-energie kan de voorbeeldinstallatie gemiddeld per dag in december opwekken als er geen gelijktijdig verbruik is? #
Ongeveer 2,4 kWh per dag.
Hoeveel zonne-energie kan de voorbeeldinstallatie gemiddeld per dag in juni opwekken als er geen gelijktijdig verbruik is? #
Ongeveer 15,9 kWh per dag.
Wat laat het verschil tussen december en juni zien? #
Dat de mogelijke dagelijkse zonne-opwekking sterk seizoensafhankelijk is.
Welke bronnen gebruikt ISSO voor het voorbeeld van de zonne-opwekking? #
Gegevens van Milieu Centraal en Siderea, bewerkt door ISSO.
Waarom is een vergelijking van alleen de maandtotalen niet voldoende? #
Omdat daarmee niet zichtbaar wordt op welk moment van de dag de energie wordt opgewekt en gebruikt.
Waarom is het etmaalprofiel belangrijk voor een thuisaccu? #
Omdat zonne-energie vaak overdag wordt opgewekt, tijdelijk wordt opgeslagen en later diezelfde dag wordt gebruikt.
In welke tijdseenheid vergelijkt het voorbeeld opwekking en gebruik gedurende een etmaal? #
Per uur, uitgedrukt in kWh.
Wat ontstaat wanneer de opwekking per uur groter is dan het gebruik? #
Een energieoverschot.
Wat ontstaat wanneer het gebruik per uur groter is dan de opwekking? #
Een energietekort.
Hoe wordt het overschot of tekort per uur berekend? #
Door de opwekking en het gebruik per uur van elkaar af te trekken.
Waarom treden zonne-aanbod en elektriciteitsgebruik niet volledig gelijktijdig op? #
De zonnepanelen produceren vooral overdag, terwijl een belangrijk deel van de vraag later op de dag en ’s nachts ontstaat.
Wat is de functie van de thuisaccu tijdens een energieoverschot? #
Het overschot tijdelijk opslaan.
Wat is de functie van de thuisaccu tijdens een energietekort? #
De eerder opgeslagen energie afgeven om een deel van het tekort te compenseren.
Naar welke periode mag het dagelijkse overschot volgens deze berekeningsmethode worden verplaatst? #
Van de dag naar de daaropvolgende avond en nacht.
Gaat deze eenvoudige methode uit van opslag van een zomeroverschot voor gebruik in de winter? #
Nee. De methode beoordeelt de verschuiving binnen hetzelfde etmaal en niet langdurige seizoensopslag.
Waarom moeten overschot en tekort voor iedere maand afzonderlijk worden bepaald? #
Omdat zowel de energieopwekking als het energiegebruik iedere maand anders zijn.
Wat betekent de resultante in de maandtabel? #
Het saldo van het dagelijkse overschot en tekort. Een positieve resultante betekent dat het overschot het tekort kan compenseren; een negatieve resultante betekent dat het tekort groter blijft.
In welke maanden is de resultante in het ISSO-voorbeeld positief? #
Van maart tot en met september.
Welke maand ligt in het voorbeeld vrijwel op het omslagpunt tussen voldoende en onvoldoende dagelijkse zonne-energie? #
Oktober, met een resultante van ongeveer -0,12 kWh per dag.
In welke maand is het negatieve saldo in het voorbeeld het grootst? #
In december, met een resultante van ongeveer -11,89 kWh per dag.
Voor welke periode wordt in het voorbeeld de bruikbare accugrootte bepaald? #
Voor maart tot en met september, omdat in die maanden het dagelijkse zonne-overschot voldoende is om het latere tekort te compenseren.
Welke accucapaciteit wordt in het ISSO-voorbeeld geselecteerd? #
4,78 kWh. Dit komt overeen met het dagelijkse tekort van maart en is binnen maart tot en met september het grootste tekort in absolute zin.
Waarom kiest het voorbeeld niet voor een grotere of kleinere accu? #
Een grotere accu kan in maanden met een kleiner dagelijks tekort, zoals juni, niet volledig worden benut. Een kleinere accu kan het gekozen tekort van 4,78 kWh niet volledig afdekken.

Geef een reactie